De deur gaat gedurende het sluiten voortdurend weer open op willekeurige punten, of mogelijk steeds onderin de deuropening (stap 4).

    • 1

      Controleer welke component de deur omhoog stuurt.

      Controleer welke veiligheidssensor de deur omhoog stuurt door te bekijken welk ledje uitgaat wanneer de deur omkeert.

      • Led 13: Afrolsensor (stap 2);
      • Led 12: Pulsgever (stap 3);
      • Led 11: Lichtgordijn (stap 4 & stap 5);
      • Led 9: pulsgever (stap 3);
      • Led 8: pulsgever mandoorgang (stap 3);
      • Led 7: Fotocellen (stap 6) of lichtgordijn (stap 4 & stap 5).


    • 2

      Afrolsensor

      Wanneer de deur omhoog gaat, gaat led 13 uit. De afrolsensor detecteert het doek onnodig snel. De afrolsensor moet afgesteld worden:

      1. Zet de afrolsensor stevig vast op de laagste positie in het slobgat;
      2. Wanneer de deur open staat houdt u uw hand 5 á 10 cm voorbij de rits, voor het oog van de sensor;
      3. Indien een oranje lampje brand op de sensor, draait u het zwarte schroefje (popmeter) naar links om het zichtveld van de sensor te verkleinen, totdat het oranje lampje gaat knipperen;
      4. Indien geen oranje lampje brand,  draait u het zwarte schroefje (popmeter) naar rechts om het zichtveld te vergroten, totdat het oranje lampje gaat knipperen;
      5. Indien een oranje lampje knippert is de afstand juist.

    • 3

      Pulsgevers

      Er kunnen pulsgevers zoals radars, knoppen, trekschakelaars en afstandsbedieningen zijn aangesloten op:

      • Klem 8 = Led 12
      • Klem  11 = Led 9
      • Klem 12 = Led 8

      Controleer welke pulsgever de deur open stuurt en waarom. Denk hierbij aan een te gevoelige afstelling van radars of het reageren van de deur op een andere handzender door instelling met een te algemene frequentie.

    • 4

      Lichtgordijn (onderin de dagopening)

      Maak het lichtgordijn eerst schoon. 
      Werkt dit niet? De deur sluit mogelijk voor de onderste sensoren te snel, omdat de interval tussen de sensoren daar het kleinst is.

      1. Verlaag in het menu System parameter setup de Close frequency;
      2. Verhoog in het menu System parameter setup de Close slowndown ride van 140 qc naar 400 qc.
    • 5

      Lichtgordijn (willekeurig punt)

      Maak het lichtgordijn eerst schoon.
      Werkt dit niet? De deur heeft mogelijk last van ruis of sluit te snel.

      1. Controleer of de vloer droog is. Zo niet, maak de vloer droog en controleer of dit helpt. Plaats het lichtgordijn hoger om toekomstige problemen te voorkomen.
      2. Controleer of er sterk zonlicht op het lichtgordijn schijnt. Wissel de zender en ontvanger van plaats indien dit de lichtinval voor de ontvanger verbeterd.
      3. Controleer of er andere veiligheidssensoren (fotocel bij een overheaddeur) in dezelfde dagopening aanwezig zijn. Draai de zender en ontvanger om indien dit het geval is.
      4. Verlaag in het menu System parameter setup de Close frequency.
      5. Plaats een extra aarde tussen klem 2 (N) en de achterplaat in de stuurkast.
      6. Zet de zwarte draad van het lichtgordijn op klem 14 ipv klem 9 en pas in het menu Inputs status display de Terminal 14 filtering aan van 2 naar 9.


Storing niet verholpen? Wij staan voor u klaar Bel onze specialisten

Bel met een specialist